Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï5 —
V. Wat heeft men daarom te doen?
A. Men zie daarom, als men de zangwijzen
niet van buiten kent, gedurig naar de nooten :
of volge de zoodanigen zachtjes na, die goed
zingen.
Van de wijzs, 'waarop men iets
van den meester of van de mede-
leerlingen behoort te verzoeken.
V. Op wat wijze moet een leerling van zij-
nen meester iets verzoeken?
A- Een leerling mag niets op eene onvrien-
delijke wijze van zijnen meester vorderen, maar
moet alles vriendelijk, onderworpen, en met be-
leefde woorden, vragen.
V. Hoe moet een kind iets van zijne mede-.
leerlingen vragen?
A. Mede op eene vriendelijke en bescheidene
' wijze.
V. Als een leerling door een' ander' om iets
aangesproken of verzocht wordt, hoe moet hij
hem dan bejegenen ?
A. Hij moet hem beleefdelijk antwoorden,
en, indien het mogelijk en billijk is, gaarne en
met genoegen aan zijn verzoek voldoen.
V. Waarvoor moet een kind, boven dit alles,
nog bij het vragen om iets, zorgen ?
A. Het kind moet niet naar datgene vragen y