Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 14 —
A. Zij loopen daardoor gevaar bijziende te
worden, of om op eene andere wijze hun gezigt
te bederven. Ook wordt de gezondheid door
zulk eene gebogene houding zeer benadeeld. —
Buitendien is een leerling niet wel te verstaan,
als hij het boek te digt aan den mond houdt.
V. Als een leerling tot het lezen van zijne
les geroepen wordt, wat heeft hij dan te doen?
A. Dan moet hij met eene verstaanbare stem,
en tevens zoo natuurlijk en aangenaam lezen als
mogelijk is, en vooral zorgen, dat de woorden
duidelijk kunnen gehoord worden.
V. Waarop komt het voornamelijk aan bij het
zingen ?
A. Dat dit juist, liefelijk, eenstemmend , en
nooit schreeuwend geschiedt.
y. En als men een geestelijk lied of eenen
psalm zingt?
A. Dan moet dit vooral met aandacht cn har-
telijkheid geschieden; echter altijd liefelijk en
bevallig.
V. Wat moet men vooral bij het zingen ver-
mijden? /
A. Nooit moet men, bij het zingen, de laat-
ste lettergreep of den laatsten toon te lang aan-
houden, en even min te vroeg beginnen.
V. Waarop heeft men hierbij verder te let-
ten?
A. Dat men niet, door valsch zingen, het
streelende van het gezang wegneemt, of anderen
van de wijs afbrengt.