Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
liât len der kinderen worden geplant, en, indien er al
geen godsdienst-oorlog ontbrandt, aan eenheid van Ne-
derland valt niet te denken. Aan binnenlandsch oproer
en buitenlandschen vijand kan het geen wederstand bie-
den. Het verzinkt door tweedragt in het niet, waaruit
het door eendragt eenmaal is verrezen. Wil de Neder-
landsche Slaat niet onzinnig handelen, dan moet dus
een van beide gebeuren : of hij moet zijne grondwet en
andere inrigtingen veranderen en het voorheen beproefde
nog eens hervallen , namelijk op eene heerschende Room-
sche of Hervormde Kerk zich grondvesten ; of, zoo dit
onmogelijk is , die Slaat moet door een onderwijs , "twelk
onafhankelijk is van Staats- en Kerkpartijen , de natie
zedelijk bijeenhouden en aan de mogelijkheid en bestaan-
baarheid van een liefdevol zamenleven onder dezelfde
w etten , ook bij verschil van godsdienst, meer en meer
gewennen. Want die het doel wil, moet ook de middelen
willen. Wil de Staat eene op het papier allen vereeni-
gonde wetgeving, dan moet hij ook die wetgeving aan
de verstanden duidelijk en aan de harten aangenaam
maken. En hiertoe beslaat niet één algemeen en zeker
werkend middel, dan een onder Staatstoezigt vrij Onder-
w ijs des volks, 't welk zelfstandig den mensch in den
mensch ontwikkelt.
Aan zulk een vrij en zelfstandig Onderwijs kan ons
nieuw opgerigt Genootschap grootelijks bevorderlijk zijn.
Het kan door eendragt magt verkrijgen. Als de Opvoed-
kundigen door wisseling van denkbeelden en mededeeling
van ondervindingen eene vaste meening over vele nog
betwiste punten hebben verkregen, zullen zij deze met
te meer vertrouwen kunnen voorstaan en met gelukkiger
gevolg aan 'sLands Regering en wetgeving aanbieden.
Zóó zal de goede wetgeving van 1806 te beter gehand-
haafd , hare verminking opgeheven, de nog in haar
sluimerende kiemen ontwikkeld kunnen worden ; zóó
ons Onderwijs bevrijd kunnen blijven of worden van ver-
derfelijken staatkundigen en kerkdijken invloed. — Een