Boekgegevens
Titel: Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Auteur: Hofstede de Groot, P.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1844
Opmerking: Overdr. uit: Nederlandsch tijdschrift voor onderwijs en opvoeding ; jrg. 1, 3e stuk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 14-2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203947
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Over de belangrijkheid, die het Nederlandsch onderwijzers-genootschap kan verkrijgen, voor de school, den staat en de kerk: redevoering ter opening der eerste algemeene vergadering van genoemd genootschap, den 31 mei 1844 te Groningen gehouden
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Zóó is een vrij en zelfstandig onderwijs eene weldaad
voor de Stalen. In het bijzonder is het dit nu voor
Nederland.
In Nederland is ook de proef genomen, die in vele
oude en nieuwe Staten is noodig gekeurd , om den Slaat
op eene bepaalde godsdienst of liever oj) eene vaste
Kerk te grondvesten. Eerst was die Kerk liij ons de
Roomsch-Katholijke, en onze Staat vervolgde dus de
ketters , of de weerspannigen aan hel kerkelijk gezag.
Later, na de Hervorming tot in 1796, was die Kerk
de Hervormde , en de Slaat kon de niet-Hervormden dus
slechts dulden, zoodat deze doorgaans wel niet meer
vervolgd werden , maar ook geene gelijke regteu met de
Hervormden genoten. In 1796 is dit opgehouden. De
voormalige heerschende Kerk is van dit heerschen ont-
daan en aan alle in het land beslaande Gezindten zijn
gelijke reglen toegekend. De betrekking van den Slaat
op die Gezindten is gaandeweg losser gew orden , en nie-
mand beweert langer, dal de Slaat op eene of meer van
deze zich kan grondvesten. Er zijn onder die Gezindien ,
die zich onverschillig jegens den Slaat, ja die er zich vij-
andig tegen betoonen , en vele van deszelfs tegenw oor-
dige grondslagen , gelijk b. v. deze gelijkstelling aller
Kerkgenootschappen , eene zonde, eene nationale mis-
daad noemen. Voorts zijn er onder deze Kerkgenoot-
schappen , die elk voor zich bewerende , de eenige ware
Kerk te zijn, in groote vijandschap onderling leven ,
elkander den naam van Christelijk ontzeggen en al het
mogelijke doen, om elkander te benadeelen. De Neder-
landsche Slaat is dus zedelijk gescheiden in zoo vele on-
derdeelen , niet als er gewesten, maar als er Kerkge-
nootschappen zijn. Wat zal nu deze onderdeden zamen-
houden ? De verschillende Provincieën w orden door ééne
algemeene Regering, ééne vergadering der Slaten-Gene-
raai, éénen Koning verbonden ; maar waardoor de ze-
delijke afdeelingen, de Gezindien? Door ééne Vader-
landsliefde? Maar de liefde Voor het kerkgenoolschap