Boekgegevens
Titel: Regtlijnig teekenen: gronden der axonometrie
Auteur: Baudet, P.J.H.
Uitgave: Utrecht: J. van Boekhoven, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. F 30
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203916
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Axonometrie, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regtlijnig teekenen: gronden der axonometrie
Vorige scan Volgende scanScanned page
lY.
TRIGOl^O^^IETHISCHE ONTWIKKELING DER
axono:metiiische eor:\iules.
§ n. Indien AB, in Eig. 9, op het vlak MN is
geprojecteerd, als A'B', en AB of haar verlengde,
maakt met vlak IMN een hoek = «, dan is
A'B' = AB X cos «, want, trekt men, uit B,
de lijn BC evenw. met A'B', dan is BC = A'B'.
AB X cos hoek ABC.
AB = AB X cos «.
§ 18. In Eig. 4 zijn OK, OL, 0:M de coördinaten
van het punt P. Stelt men OP = r en de hoeken,
die OP met de assen maakt, «, ^ en dan is:
OK - X = r cos «, OL = y = r cos ^, 011 = z = r cos /
en, daar OP^ = OK^ +
OP^ = OK^ 0^,
=r'^cos'-«+r'008^^+ r- cos'
1 — cos' « + cos" (5 + cos' /.
Hieruit hlijkt de onderlinge afhankelijkheid der
hoeken. «, ^ en /.
§ 19. Uit de constructie en het aangevoerde in
§ 16 volgt, dat in Fig. 5.