Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBEKIGT.
Ihr wordt menigmaal getwist over de meerdere voor-
treffelijkheid der klank- of der spelmethode oij het lezen
leeren, en de vasthouders aan de laatste willen daardoor
de schaal te hunnen voordeele doen overslaan, dat ze er
het gewigt op leggen van milliarden fouten tegen taal en
spelling door het jongere geslacht begaan.
Het is waar, wanneer men in de gelegenheid is om
brieven van lieden uit den beschaafden stand te lezen, als
ook stukken van vele bnralisten, klerken, ambtenaren, enz.
{zoo deze Ileeren er geene eigene spelling op nahouden)
en men is een beminnaar onzer schoone Moedertaal, dat
men dan wel dikwijls geërgerd wordt over de onzuiver-
heid van taal, om van slechten stijl niet eens te, gewa-
gen; het is waar, dat in de meeste dagbladen, ja in vele
maandwerken zelfs, wonderlijk met het Nederduitsch wordt
omgesprongen, wanneer men er nog eens Nederduitsch, tus-
schen het heirleger Germanismen en Gallicismen vindt; —
maar het ts niet minder waar, dat men bij ouderen van
dagen, die al spellende lezen leerden, die zelfde gebreken
in nog grootere mate aantreft.
Wij vinden het dus niet regtvaardig, dat trien eener
methode om lezen te leeren iets ten laste legt, hetioelk bij
de vroegere op rekening komt van verwaarloosde taalstudie,
en bij de latere op rekening hier en daar van geene ge-
noegzame praetische taaloefeningen, van het niet in toepas-
sing brengen der stelling: de kinderen moeten weten te