Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
naar A. gegaan en kreeg de doos werkelijk
goedkooperder, doch was den ganschen dag geloo-
pen en eenige stuivers verteering kwijt.
276. Een bladzeide uit een keukenboekje: den 5den,
aan wittebrood, —, aan melk —, suikerij —,
suikerla —, aan stijsel een blaauwsel —♦ kievis-
eijeren —, aan armelui—, aan steenkoolen —,
doove kolen — 6 rooije kolen gekogt —, aan
petent olij —, voor de jongheer een paar laar-
sen betaalt —, nog ten zijnen behoeve aan brief-
port —, aan stroop —, rozijnen — aan kleine
krenten — aan potasch — aan de koperslager
voor een gerepereerde keetel —, aan de horlo-
siemaker voor een glas — vooitje aan de kran-
tier —, aan sla —, aan spinasie — aan de
smitsknecht de kagel gepoest —, de 5 appelsi-
nes en 5 zetroenen —, een kop hazenooten —,
eene rip van de spekslagter —, een half de-
zijn kommentjes voor de arbeidslui —, aan de
wasvrouw —, een kocolade keetel —•, aan G.
voor de stellazie voor de bloemen gebracht —,
een porzelein inkoker.
Als dit de keukenmeid haar noticie boekje en
niet de jufvrouw het hare was, dan moet de
eerste haar tasch ruim voorzien geweest hebben
van zesdhalfjes, dertienthalfjes dertientjes, gul-
dens of andere muntenspezies van geld.
277. Eene graankorl, achtloos in een- vrugtbre gront
verdolven,
Zien we als een zwangre halm, ras op de lucht-
stroom golven,
Hij schud zijn vruchten af die rijpende in de gront,
In halmjens opslaat, waar eerst ruigte en heester
stondt.
Dan duizendvout herteeld en duizendvverven er-
booren.