Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
267. 't was avont en de zon gehuldt met goud en stralen,
Scheen thands te berseba ten westkimme in te dalen,
Heur gloet te doven, in het middenlandse zout
Dewijl hij nogthans met dit ligt, die gloet, en goud
En d eigen stralen aan de zelve hemelskringen
De morgen maakt in 't oog der tegenvoettelingen.
De maan vertoonde nu 't verzilvert aangezigt.
En trooste 't aartrijk met de weerglans van het hgt.
Een zachten daauw zijgt op de blaan en bloei-
semknoppen
En baade 't velt als in een zee van vrugtbre droppen,
De wind lei in de slaap, enz,
268. In het west van europa, vlak bij de zeeleggen
de nederlanden. Die naam hebben dezelve van
hare lage legging verworven, en waren ze reeds
in oude tijden bekend. De oude bewoners,
waarvan wij iets met zekerheid wisteu, zijn
benamelijk de Batavieren de Friezen en Belgen.
Waar de herhalende overstroomingens het noo-
dig maakte, hadden zij hunnen woonstede op
hoogstens, met name terpen of torpen geboud.
269. De maan heeft zijn ligt van de zon. Hij loop
in 28 dagen rond de aarde. Wanneer zij zich
juist in een regte lijn tussen de zon en tus-
sen de aarde bevind, dan is zijn verligt half-
rond van de aarde afgedraaid en wij • zien gene
maan dewijl enkel en alleen zijn donkere helfte
na de aarde toegekeerd is; wij noemen het
alsdan nieuwe maan. Dagelijks verwijdt zich
de maan in zijn loop van de regte lijn, dien
wij boven vooronderstellen van de aarde te zijn
getrokken geworden aan de zonne en naar mate
zij verder gaat, word een grooter aandeel van
hetgeene na de zon toegekeert is en door dezen
verligt is, op de aarde zichtbaar voor 't Oog. Als