Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
maken. Deze slang is meestal twintig voeten
u vijf en twintig voeten van lengte.
257. De ziel verslijdt zijn bekleesel.
258. De praatzucht openbaart, op een bedagtzame
wijs, en dikwijls zonder eenig kwaad opzetten,
geheimen van ouders en naastbestaanden en
vrienden, wier verspreiding nadeelig zijn kun-
nen tot Imnnen goede naam of crediet.
259. Zonder zulks te bedoelen beledigt zij, van tijd
aan tijd de aanweezig en tegenwoordig zijnden,
door ies tot nadeel hunne bloetverwandten, die
niet tegenwoordig zijn, te verhalen. Laat ons ons
zelve voor praatzucht wachte,
260. Men kan in een dag zoo vele kwaden bedrijven,
dat hetzelve zelf met het meest ernstigste be-
rouwsbetoon niet ver te effenen is. 't is dus be-
ter, dat men bij elk doen van eenig belang ons
afvrage of dezelve met onze plicht stemt over-
een, en dat gij ten allen tijd op zijne hoede ware.
261. De Hunnebedden in Groninge, en Drente enz.
zijn antieke begraafnisplaasen, misschien, mo-
gelijk wel van veldt heeren, zijn ijselijk groote
steenen, misschien door het water van bergen
en steenrossen afgescheurt en hier aangespoelt of
aangevoerdt.
262. Den beroemden Duval, blibliothekaris der boekerij
van Frans den eersten, antwoorde dikwijls op de
vragen, die men hem gedaan werden met: //ik en
weet het niet!" Een dommert zei hem eens: den
keijzer betaalt uw om het te weten.' De keizer
hervatte weder de andere, betaalt mijn, voor het
geen, dat ik weet. Ho, zoo hij mij betalen wou,
voor dat, wat mijn onbekend is en dat ik niet