Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Bovenal trof hij nederland in t breeste van haar
bloeijen, bebouwt met meer als 2 honderd ste-
den , honderd vijftig oopen vlekken, zoo goed als
veel bemuurde steden, zes duizent dorpen, alles
vol van de inwooners, den rijkdom, van neringe,
welvaart, en weelde tot dertelheid toe. De lant-
;aten, als doorverft van langer hand in de eet,
ain den huize van Bourgonje, en t hert vol heb-
lende van de majesteit der zaken door keizer
kirel de vijfde loflijk gevoert, waren genegen,
td; den uiterste proeve van trouwe en scliuldigen
oderdanigheid, blijkende bij vier hondert ton
sclat, opgebracht in negen jaar.
248. Plareten ofte dwaalsterrens zijn sulke hemelsche
bollin, welke in bepaalde loopbaantjes, rond een
vast', sterre henen wentlen, van waar dezelve
ligt sn warremte ontfange. Zij vertonen haar
aan )nze oog met een ligt, meerder vlonkerend
als ie vaste sterren, en verkrijgen de naam van
dwailsterren, wegens hun schijnbare onregel-
matge niet geregelde loop.
249. Bjplanetens, of maanen of wagters of trawanten
oi satellieten, zijn de zulke hemelichamen,
W3 om sommige planeten omheen wentelen,
deen in hun loopen rond de zon te vergezellen
doir het teruggekaasen der zonstralen helpen
te verligten.
250. Gec uw niet te veel moeiten om iets nieuws te
horn of iets nieuws te kunnen verhalen, dat
gij iet voor een nieuwscliieriegen, voor eenen
nieu'sverteller, of een praatal, gehouden word.
251. Als Gd ons gunstig is, wat vreest men dan gevaren,
t Is s-kerlijk bewaart, dat hij zelv' wil bewaren.