Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
inwoners dier strecken, omkwamen of vielen tot
arremoed, en duizende veeën verdronken. De
edelman, door het verlies van alles het zijnende,
zag men harde arbeid bedrijven of van anderer
weldadigheden leven. Tans vindt men op deze
plaas meer als seventig eilandertjes met biesen
overgegroeit en bewasschen waarvan het de naam
van bieschbos van heeft geleend.
236. In de tachtigjaren oorlog mis handelden die ste-
den, die haar de Spanjaarden op schoonblin-
kende beloftens overgaven. Op de vreedste wijze
wierden niet slechts alleen weerbaarlijke mannen
maar ook oude grijsaarden, vrouwen en jeugdige
kinderen gemishandelt.
237. Wetenschapzugt en eerzugt moet onderschikt blij-
ven aan de inwendige vrede des gemoets, en een
stil genot; anders word weetgierigheid en eer-
zucht eenen knagenden kanker en eene vloek
voor de mensch.
238. Vrijheid rustte op regvaardigheid, regvaardigheid
rust op liefde alzoo ook vrijheid rust op liefde.
239. In amsterdam leeft alles van de handel. Van
de kooplui af, wie zijne winst bij ^duizende be-
reekende, tot den halven, naakten armen toe,
die zwoegt met het torsen van ondraagbare las-
ten, of welker spieren trillen onder het kruien
eener paardevragt; aan alle geeft de koophan-
del of schatten of overvloet, of welvaren of
broo!;. Het is een rijke en milde bron, maar
dewelke gestop kan worden: dan houwen de
beekea, die het naast zijn tot de oorsprong
noch water en diepte wanneer als de takken
en spranken waar zij zich verliezen, reeds lang
zijn Ingedroogt.