Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
hij, daar "hebt meer fransen te waterloo over
geklagen.
183. Ziet gij gindsch dat dikke burgertje, die met
een kort stompje pijp in den mond, aan een
haart des gelachskamer bij een bierkan, m^t zijne
elboogen op den tafel leundt. Hij leidt de krant
naast hem neder, want op deze oogenblik is
hij er achter gekoomen, of den kijzer van rus-
land zijn leger tegens den turk, tegen persien
of te wel tegen oostenrijk ter veld zal trekken;
zie eens met wat een vergenoeging hij zit te
glimplachen. De Czaar moge wel op zijn hoede
weezen, hij heeft aan den staatkundige burger
een heimelijken, stille vijant. — In zijn ant-
werk is hij een heerlijke knappe man, dog
eenen zot, zoo gaauw hij een krant in handen
krijgt. En dat hij heden een dubbelden zot is,
dat veroorzaakt den eersten april.
184. De trotsaart is reeds in dit leven al beschaamt
en belaad met nijt, berisping en haat van vele.
185. Een brave man word overladen met de liefde ,
vertrouwen en achting.
186. Hoope en vreze zijn onze onafgescheidene ge-
zellen op het levens pat; zij houd onze werk-
zaamheden in de noodige spanning. Gelukkig den-
gene, die hem nog aan de een nog aan de an-
der geheel en al overgeeft maar steeds de gulde
midden weg kan houden.
187. Op elk pat van 't leven ontluiken eene menigte
van bloemen der vreugde onder onze voeten.
Den wijzen plukt dezelve omzichtig zonder de
doornens der roos te verwenschen, en versmaad
het nederiege fiooltjen niet, terwijl zij niet prijkt
gelijk den schoonen hiacint.