Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
178. Vlij iiiemaud en laat uw zich ook niet vleijen.
179. Die lieden plegen gewonelijk zich het ongelukkigst
te achten , en zijn het dikwijls wezenlijk ook die
weinige of gene wezentlijke ongelukken onderge-
gaan hebben; wand niet aan ze gewend, be-
schouwen zij de menigvuldige kleinen tegenheedjes
des levens zoo als groote onhijleu, en geloven
zich zelve daardoor bijna aanhoudend schier aan
rampen ter prooi; dewijl hij, dewelke de werke-
lijke rampen kennende en dezelve van die nie-
tige tegenliêen weet te onderschijden, zich om
deze niet bekommert, en hem gelukkig gevoelt,
zoo lang geene hem niet treffen.
180. Morgen zal 't beter gaan; morgen zal gedaan zijn,
dat heden verzuimt is, der menschen wenschen
voeren hem door eenen rei van morgens na de
laaste harer dagen, op welke genen morgen voor
hun meer volgt. Dat bedriegelijke morgen ont-
houd hen wat het heden hem had kunnen ge-
schenkt hebben.
181. Wil geen' vrek van geven horen,
Noch veel vrekker is den tijd,
Nimmer word een stont geboren,
Nooit scheltze ons een uurtje kwijt,
maar de lust tot wetenschappen,
Zameld oogenblikken öp.
En klimt door de tijd bij trappen.
Op den hoogste eerentop.
182. Een nederlands officier met eene ridderorder
versiert, te parijs in de schouwburg zijnde ,
wierd van eenige fransche windbuilen opgemerkt,
die hem dachten eens beet te nemen, zij dring-
den hem, stootten aan zijn degen en zeggende:
mijnheer u degen hinderd ons. — Ja antwoorde