Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
(lat zij in den brief bennen gebleeve, want ze
hadden mijn de mand uitgevloogen.
171. Den jongehng , na dewelke gij vraagt bevalt mij
en mijne vrienden geheel niet in slechte gezel-
schappen verkeerende oefent hij zich in nutte
kundigheden en in de heihge schriften nimmer
belust om zich bij ijdele en hchtsinnige jonge
mannen te voegen en over het algemeen geacht
en bemind bij losbollen geschuwt en gehaat bij
brave en weldenkende menschen en alom wordt
van hem gesproken.
172. Op de komst der aangenamen lente herleeft ge-
heele de natuur. Laten dan de kinderen twee
aan twee of vier aan vier naar buiten springen
zich in het groene gras te wroeten.
173. Wanneer dat de drift in de voordeur in treed, dan
gaat de wijsheid door den agterdeur uit.
174. Den haat is dikwerf zoo uitgestrekt en zoo hart-
nekkig dat men de verzoening eens kranke, bij-
naar als een zeker bewijs van deszelfs aannade-
rend overlijden kan te beschouwen.
175. De zoon van den zijde kousenwever van mijn oom
den frabriekant zeide : vader laat ik de gedichten
Bilderdijk's eens lezen. De wijze verstandige en
leepe man hervattede: Gij weet diezelve alleen
nog niet te verstaan, als gij wat ouder zijt ge-
worden , zullen wij dezelve samen lezen, en
ook, de overwintering van Heemskerk van Tol-
lens en deszelfs andere gedichten , Feith's, Hel-
mers, Spandaws vaerzen en van vele anderen.
176. Men zegt als dat Napoleon de spoken niet geloofden
en dat hij er toch bang voor dezelve was.
177. Aan den behoeftigen mangelen vele zaken en din-
gen , maar de gierigaarden mangelen het aan alles.