Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
163. Door haat verstaat men een persoonlijke afkeer
jegens deze^en geene, dewelke zich door wee-
zentlijke of vermeende beleedigingen of veron-
gelijkingen deez' afkeer verworven, of ons ten
minste ingeboezemt heeft.
164. Nijt bezit iemand, dien met leden oogen de
voorspoet anderer bespiedt, en die niet dulde,
dat eenen anderen bij hem bevoorecht word,
Deze ondeugendheid is bijna niet afscheidelijk
van den wangunst,
165. Er is geen meer verhevener verschil onder de
mensch en dier, als door het bezit der reden.
166. Wetenschappelijkheden zijn slooten van wie de
studie de sleutels zijn
167. De watervogelen hebben eenige kliers, in de-
welke een olijachtig vocht bevind; zij drukken
met den nep tegen deze klieren of blaasjens, om
die vettig te maken, en strijken geene dan over
de veeren zoo dat deze ook vetachtig wordt,
168. Daar nu olij noch water gene verwantschap met
den anderen heeft, zo kan de vederen behoorlijk
gebevogtigd weezende, niet nattig worden,
169. Een siegt en regt man besteller van een vragt-
schuit zijnde, moest op zekere dag eene kleine benne
waarin twee klijne tortelduifjens, waaraan eenen
brief zat bezorgen. Onderwegens vervlogen hem
de vogeltjes, echter en in weerwil daarvan bracht
hij de bende en de brief ter zijner bestemming.
170. Den heer de ledige korf ziende, openbrak de
brief en weigerde den geëiste vragt: zeggende:
Twee tortelduiven staat in de brief!" — Ha,
antwoorde ons schippersmaatjen, dat is goed ,