Boekgegevens
Titel: Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1861
3e dr
Opmerking: De 1e dr. (1850) o.d.t.: Driehonderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 92-155
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203906
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driehonderd volzinnen, zijnde spreuken, opstellen, enz.: ter verbetering voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
14.
104. Vrome sclu'omen 't kwaad, prijzen wijze raad.
105. Cato zijde: ik vergeef alle kwaaddoeners, uitge-
uoomen mij zelf.
106. De Hollanse planteren aan den kaap de goeije
lioop in azie, onderscheidden twee zoorten van
leeuwen, de zwarte en den geelen. Den donker-
kleurige houd men voor den gevaarlijksten. Ook
worden de leenwen buiten den grenslinie der
kolonie voor meer moediger en bloedorstigcr ge-
houwen, als dezelve die binnen de Colonie haar
ophouden.
107. De ontzettende kragt dezer dieren schijnt door
geeneu der rijeenden te zijn overgedreven. Dik-
wijls heeft den leeuw een zware os met groot
gemak een groot einde ver voort geslepen, paar-
den, hertebeesten en kleindere verdraagt hij zoms
mijlen ver.
108. Die milloenen bollen, die aan de hemel, van
dat de Almagtige dezelve schepte, elk in hunne
baan rollen, zijn een teken van de macht en
van de wijsheid van onzen hemelschen vader.
109. Het soet dat ons dit leven brengt.
Is met veel bitter ondermengt. J. Cats.
110. Kwaad van anderen te spreken is altijd slecht.
111. Die anderer heil verwerkt, zal zelfs gelukkig zijn.
112. Keeltjen.
Alle dag gasten en barsschen dat kan wat ver-
slinden.
Daar is geen geldkis zoo diep, of zoodoende kan
men de bodem vinden.
Ik meen dattet slempen wat weet, elk schaft
om het heerlijks op.