Boekgegevens
Titel: Eenvoudig leerboekje over den Christelijken godsdienst
Serie: Handleidingen bij het godsdienst-onderwijs, E
Auteur: Ham, K.G.F.W.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4356
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203857
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen
Trefwoord: Geloofsleer, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eenvoudig leerboekje over den Christelijken godsdienst
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 3. Vau den mensch.
1. Welke plaats bekleedt de mensch onder de schep-
seien op aarde?
Door zijn z i n n e 1 ij k leven behoort de mensch tot
de dierenwereld; maar door zijn geestelijk leven is
hy verwant aan God, want hij is een redelijk, zedelijk
en godsdienstig wezen.
a. Wat verstaat gij door het z i n n e 1 ij k e leven van den
mensch?
h. Munt de mensch ook ten aanzien van zijn zinnelijk
leven boven de dieren uit?
c. Hoe wordt het ontstaan van den mensch beschreven
Gen. 1 : 26 v; 2 : 7, 18—22?
d. Wat leest gij van het zinnelijke en geestelijke Gal.
5 : 17?
2. Waarom noemt gij den mensch een redelijk wezen ?
Als r e d e 1 ij k wezen heeft de mensch het vermogen
om na te denken over hetgeen hij waarneemt.
a. Hebben ook de dieren dat vermogen?
b. Wat leest gij Rom. 1: 20?
3. Wat wil het zeggen^ dat de mensch een zedelijk
wezen is?
Als z e d e 1 ij k wezen weet de mensch, dat er onder-
scheid is tusschen goed en kwaad, en dat hij het goede
moet doen en het kwade laten.
a. Hoe weet de mensch wat goed en wat kwaad is?
h. Wat is het geweten?
c. Wat lezen wij van do macht des gewetens Joh. 8 :
9; Hnd. 24 : 25 ?