Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Opgaven.
1. Teeken twee elkaar rechthoekig snijdende lijnen, deel
de hoeken middendoor en plaats aan de uiteinden telkens
een of twee letters, n.1. deze: N., N.O., 0., ZO., Z.,
Z.W., W., N.W.
2. Leg uwe teekening zoo, dat de letter Z. naar het
Zuiden gekeerd is. Zie nu, of gij de letters goed geplaatst
hebt, om uwe teekening ter bepaling van de windstreken te
kunnen gebruiken.
3. Noem eene stad of een dorp, ten N. van uwe woon-
plaats gelegen; ook een ten Z., een ten 0., een ten VV. Zoo
gij nog andere plaatsen in den omtrek kent, zeg dan, hoe
zij ten opzichte van uwe woonplaats gelegen zijn.
4. Wat is een windwijzer, wat een kompas?
5. Hoeveel M. is een uur gaans?
6. Hoeveel uur gaans is eene geographische mijl?
7. Kent gij een dorp, dat eene geographische mijl van
uwe woonplaats ligt? Hoeveel M. bedraagt die afstand?
8. Wijs op eene wereldkaart of op de globe den evenaar,
ook wel de linie geheeten; ziet gij nog meer cirkels, die
een' bepaalden naam dragen?