Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
^edsrlaiitlsch Schoalmuseum
PriüseEiaSliilsl'ä änPriiisen«
hstehdäM.
\____/
I. DE AAEDE.
§ i. Wanneer men twee stokken of latten neemt en deze
zoo aan elkander bevestigt, dat zij elkaar rechthoekig snijden,
zoo kan men met dit kruis gemakkelijk den kant van het
Noorden, Oosten, Zuiden en Westen vinden. Men wacht dan,
tol het 12 uur op den middag is, en legt het kruis dan zoo
op den grond, dat een der vier armen naar den kant wijst,
waar de zon zich op dat oogenblik bevindt. De naar de zon
gekeerde arm wijst naar het Zuiden, de tegenovergestelde
arm heeft de richting naar het Noorden. Gaat men nu midden
op het kruis staan en wel zoo, dat men het Noorden voor
zich heeft, dan wijst de rechterarm van het kruis naar het
Oosten, de linkerarm naar het Westen.
Tusschen het N. en het 0. vindt men het Noordoosten,
tusschen het N. en het W. ligt het Noordwesten. Zoo moet
men het Zuidoosten tusschen het Z. en het 0. zoeken, evenals
het Zuidwesten tusschen het Z. en W. gelegen is. Men noemt
deze richtingen windstreken of liemelstrelcen.
§ 2. Misschien hebt gij wel eens gelezen van een schip,