Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Moesson en den goeden of drogen Moesson. Elk duurt on-
geveer 5 maanden. De tijd van overgang tusschen de Moessons
heet kentering.
Het warm klimaat en de overvloedige besproeiing zijn
oorzaak, dat op de meeste eilanden een buitengewoon weel-
derige plantengroei wordt aangetroffen. In de lage, moerassige
streken verbouwt men vooral rijst en suiker, in de hoogere
koffie, thee, kina en tabak, welk laatste ptroduct ook in de
lagere streken wordt geteeld. Onder de Indische boomen
moeten vooral de kokospalm, de sagopalm, de notemuskaal-
boom (vooral op de Banda-eilanden), de kruidnagelboom
(op de Ambonsche eilanden), de sandelhoutboom (op Timor,
Soemba) en tallooze vruchlboomen genoemd worden.
Peper komt het meest van Sumatra; rotting en bamboes
van alle westelijke eilanden.
Aziatische dieren, zooals olifanten, tijgers, wilde runderen,
apen enz., leven alleen op de eilanden der westelijke helft.
Australische dieren, als buideldieren, papegaaien, paradijs-
vogels moet men in het 0. zoeken.
Van de delfstoffen noemen we marmer (op Java), steen-
kolen (op Sumatra, Borneo), goud (Sumatra, Borneo, Selebes),
diamanten (Borneo), ijzer (Borneo, Sumatra, Selebes).
Verder levert Bangka zeer veel tin. Ook op Billiton vindt
men veel tin. Aan de kusten van Madoera wint men zeezout.
De bewoners onzer 0. I. bezittingen zijn inboorlingen en
vreemdelingen. Het geheel aantal bewoners zal ongeveer 30
millioen bedragen; hiervan wonen meer dan 20 millioen
alleen op Java.
De inboorlingen behooren tot twee rassen: het grootere
Maleische ras in het W. en het minder talrijke Papoesche
ras in het 0.
• De vreemdelingen zijn Chineezen, Europeanen en Arabieren.
De Chineezen zijn meest kooplieden of mijnarbeiders, de