Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
in de klei, terwijl de fabrieken liet voordeeligst werken in de
zandstreken: de grond is er goedkoop, het werkloon vrij laag, het
water uitstekend. Daarom vindt men zulke fabrieken te Bergen
op Zoom, Rozendaal, Oudenbosch, Breda, Geertruidenberg.
Gestebier brouwt men vooral in de zandstreken (goed water)
van Noord-Brabant en I.imburg; Duitsche bieren leveren
Amsterdam en Rotterdam.
De voornaamste nog niet genoemde lakken van nijverheid
zijn: het vervaardigen van glas- en aardewerk (Maastricht,
Leerdam, Oosterhout, Bergen op Zoom, Gouda (pijpen),
Nieuvv-Buinen, Zwijndrecht); van schrijfpapier (de Zaanstreek,
de Veluwe); van behangselpapier (Venlo, Roermond); van
Jeer (de Langstraat, Zuid-Limburg, Zutfen, Hulst); van tabak,
sigaren en snuif (Eindhoven, Kampen, Amsterdam, Rotter-
dam); van allerhande ijzeren voorwerpen ('s Gravenhage,
Amsterdam, Breda); van landbouwwerktuigen (Amsterdam,
Tiel, Goes); van torenklokken (Ileiligerlee, Aarle-Rikstel);
van brandspuiten (Ileiligerlee, Vlissingen); van tapijten
(Deventer, Hilversum, Delft); van kaarsen (Gouda, Schie-
dam); van chocolade (Weesp, Zaanstreek); van jenever
(Schiedam, Delft, Rotterdam, Weesp); van kunstboter (Osch,
Bokstel, Helmond, Waspik, Oosterhout, 'sGravenhage).
Alleen in Amsterdam worden diamanten geslepen.
Schoonhoven en Voorschoten zijn bekend om hunne goud-
en zilversmeden.
Groningen, Deventer en 's Hertogenbosch leveren koek.
Opgaven.
1. Wijs op de kaart streken aan, waar de veeteelt bloeit.
2. Ook zulke, waar landbouw hoofdmiddel van bestaan is.
3. Noem plaatsen, welke een' drukken handel in zuivel-
producten hebben.
4. Noem graanmarkten.