Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
daal. In drie richtingen kan men sporen van Rotterdam,
Eindhoven, Breda.
NB. Men vindt soms opgegeven, dat te Venlo 6, te
Nijmegen 5 lijnen samenkomen. Hoe moet men dit verstaan?
Opgaven.
1. M'elke plaatsen in Nederland zijn eindstations?
2. In hoeveel richtingen kan men van Maastricht sporen"?
3. En van Haarlem, Leeuwarden, Middelburg, Schiedam,
Geldermalsen, Breda?
4. Waar heeft men groote bruggen voor het spoorweg-
verkeer moeten bouwen?
5. Waar heeft men wateren moeten afdammen?
6. Op welke plaatsen gaan spoorwegen over de grenzen
van Nederland?
7. Waar zouden de meeste reizigers, die naar Vlissingen
sporen, verder heengaan?
8. Weet gij, wat viaducten zijn; kent gij er?
9. Kent gij ook tramlijnen in Nederland?
10. Langs welke voorname plaatsen en over welke rivieren
spoort men van ülrecht naar Maastricht?
11. En van Helder naar Antwerpen?
12. Van 's Hertogenbosch naar Zutfen?
13. Welke kanalen moesten, om de afdamming van Sloe
en Krekerak, in Zeeland gegraven worden?
5. MIDDELEN VAN BESTAAN.
§ 4-4. Bij de beschouwing van onze kusten en groote
rivieren hebben we reeds enkele middelen van beslaan
genoemd. Ook bij het opnoemen van de grondsoorten en
haar gebruik is op de voornaamste voortbrengselen gewezen.