Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
19. Zou het Groot Noord-IIoll. kanaal meer of minder
schutsluizen hebben dan de Zuid-Willemsvaart (denk aan
het verval)?
3. KLIMAAT.
§ Nederland ligt aan zee en is een laag land. De meeste
winden, welke over ons Vaderland strijken, komen van de
zee: Z.W.- W.- en N.W. winden. Daardoor is de lucht in
geheel Nederland vochtig. In den Zomer hebben wij even-
min van ondragelijke hitte te lijden, als in den Winter van
buitengewoon strenge koude. Nederland geniet dus de voor-
deelen van een zeeklimaat. Maar de vochtigheid der lucht
is voor velen ook 'nadeelig: door haar lijden vooral oude
menschen aan borstkwalen of rhumatiek; koorts is eene
algemeen voorkomende ziekte. De oostelijke streken, vooral
de Z.0., worden als de gezondste beschouwd.
De meeste regen valt in den Herfst en het laatste gedeelte van
den Zomer. Het voorjaar is gewoonlijk droog. De wind is dan
meest oostelijk. Hij brengt dan veel koude mee: nachtvorsten.
Opgaven. ^
1. Waarom zou de landbouwer gaarne zien, dat het in
Januari flink vriest?
2. En waarom hoopt hij, dat de regentijd eerst in Sep-
tember of October en niet in Augustus begint?
3. Hoe komt het, dat de kersen vroeger rijp zijn in het
Z. deel van Limburg dan in de Tielerwaard?
4. In welke maand hebben we veel mistige dagen?
5. Noem eenige landen, waar het kouder is dan bij ons. #
6. Ook eenige, waar het warmer is.
7. Wat beteekent »Zuidwest-Regennest"?
8. In welke maanden is het licht onweer, in welke zelden?
dichtbij en veraf.