Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
De andere kanalen moesten inzonderheid de waterloozing
van andere streken mogelijk maken of bevorderen: afwate-
ringskanalen. Tol deze soort moeten gerekend vi^orden: de
ringvaarten om de droogmakerijen, het kan. van Steenen-
hoek enz.
Opgaven.
1. Hoe komt het, dat op de Zeeuwsche eilanden zooveel
binnendijken (dus slapers) worden gevonden?
2. Aan welken kant van Nederland liggen de lage venen,
aan welke zijde de hooge venen?
3. Waartoe dienen de steenen glooiingen aan de zeedijken?
h. Langs welke plaatsen kan het water, dat langs Lobit
stroomt, naar zee vloeien?
5. Noem plaatsen in Nederland, waar verschillende wateren
samenkomen.
6. Wat zou het zomerbed eener rivier zijn, wat het
winterbed?
7. Wat beteekent het, als men zegt: de Maas heeft veel
verval?
8. Welk nut hebben de overlaten?
9. Zoek op de kaart eenige riviereilanden of waarden.
10. Wat zijn uiterwaarden?
11. Waarom zijn Krekerak en Sloe afgedamd?
12. Waarom hebben vaarten en kanalen schutsluizen?
13. Zoek op de kaart de Keulsche Vaart. Zie, hoe het
nieuwe Merwede-kanaal zal loopen.
14. Een reisje te water van Maassluis naar Gorinchem.
15. Ook een van Vlissingen naar Utrecht.
16. Nog een van Groningen naar Maastricht.
17. Welke steden van Overijsel zijn door kanalen met
andere wateren verbonden?
18. Welke provincie is rijk aan trekvaarten?