Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Hondsrug ligl in het 0. van Drente en in het Z, van
Groningen.
§ 36. Het hoogere deel van Nederland beslaat uit zand
en grint, hier en daar met groote l(eien en reusachtige
steenen, uit leembanl(en, Limburgsche l<lei en enkele veel
oudere gronden. Aan de binnenzijde der duinen heeft men
de geestgronden, uit een mengsel van zand, laagveen en
klei bestaande, uitmuntend geschikt voor bloembollenteelt
en warmoezerij (de omstreken van Haarlem, het Weslland).
De zandgronden van hel 0. en Z. van Nederland worden
vooral voor houtcultuur (dennen en eiken) en voor boek-
weit-, rogge- en aardappelteelt gebruikt. Ook vindt men
hier groote uitgestrektheden dorre heide, vooral voor schapen-
en bilenteelt (inzonderheid in Drente) van eenige beteekenis,
overigens weinig voordeel opleverende. De zandstuivingen
(zoogenaamde landduinen) doen natuurlijk veel schade aan
den landbouw.
Voor een deel zijn de hooge zandgronden bedekt met
hooge venen. Men vindt ze vooral in het 0. van Friesland,
hel Z.0. van Groningen en Drente, het N.0. van Overijsel
en op de grenzen van N. Brabant en Limburg (de Peel).
De hooge venen leveren de lange turf. In de oudere gronden
van Kerkrade vindt men steenkolen.
Waar leem gevonden wordt, heeft men potten- en pannen-
Lakkerij, b.v. te Oosterhoul en Bergen op Zoom. Eene soort
van bruine aarde, oer genaamd, wordt met ijzererts ge-
smolten; dit geschiedt vooral te Deventer en in de Graafschap.
Van het slib der rivieren bakt men steenen en dakpannen.
{Waalsteenen, IJselsleenen).
§ 37. Eene rivier is de natuurlijke walerloozing eener
landstreek. Al hel land, dal zijn water naar dezelfde rivier
laat afvloeien, vormt hel stroomgebied dier rivier. De
Rijn, de voornaamste van onze rivieren, ontspringt op den