Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
afvloeien; de lagere, alsook de droogmakerijen hebben water-
molens of machines noodig, om het overtollige water kwijt
te raken.
§ 34. De lage streken van ons Vaderland bestaan uit
laagveen, zee- en rivierklei. In de droogmakerijen is het
laagveen weggeslagen of uitgebaggerd. Daardoor ontstonden
plassen. Waar de bodem dier plassen uit goeden bouwgrond
bestond (klei), heeft men ze drooggemalen; waar zand op
<]en bodem gevonden werd, heeft men de plassen niet droog-
gemaakt (de meeste P'riesche meren). Zeeland en de Zuid-
Hollandsche eilanden bestaan bijna geheel uit zware zeeklei,
eveneens het N. van Noord Holland, Friesland en Groningen,
het Vv. van Noordbrabant, het N.0. van Utrecht en het
Kampereiland. Langs de rivieren vindt men min of meer
breede strooken rivierklei. De kleistreken leveren vooral:
tarwe, aardappels, suikerbieten, erwten, boonen, haver, gerst,
vlas en op sommige plaatsen ooit. De laaggelegen kleilanden
worden meest als weiland gebruikt. Ook de lage venen zijn
wei- en hooilanden.
§ 35. De hoogere gronden van Nederland liggen in het
O. en Z. gedeelte. Als men de duinstreek uitzondert, vormen
de zandstreken van Bergen op Zoom, van het Gooiland en
van Gaasterland de westelijkste boeken van de hoogere
gronden. Men vindt ze verder in het 0. van Utrecht, het
grootste deel van N. Brabant en Limburg, op de Veluwe
en in de Graafschap, in het midden en 0. van Overijsel, in
Drente, in het 0. van Friesland en het Z. van Groningen.
Tusschen deze hoogere terreinen worden weer lagere strooken
gevonden, waardoor rivieren loopen. Hier vindt men meestal
€ene vruchtbare teelaarde, uit klei, zand en plantenover-
blijfsels gevormd: groengronden. De hoogste verheffingen
liggen in Zuid-Limburg (de Krikelenberg 200 M., de St. Pieters-
berg 123 M.) en op de Veluwe (de Imbosch 110 M.). De