Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
13. Noem de voornaamste eilanden, welke in den At-
lantischen Oceaan liggen en tot Europa behooren.
14. Zoek ook op de kaart de voornaamste eilanden, die
in de Oostzee en die, welke in de Middellandsche Zee worden
aangetroffen.
15. Welke landen van Europa zijn zeer bergachtig?
16. Welke bestaan hoofdzakelijk uit laagland?
17. Welke hebben zoowel hoog- als laagland?
18. Waar is Nederland het hoogst?
19. In welke landen zou het graven van kanalen de minste
moeilijkheden hebben opgeleverd?
20. Zoek op de kaart enkele kanalen, waardoor de Rijn
met andere rivieren verbonden is.
21. De meeste groote steden liggen aan waterrijke rivieren.
Zie op de kaart van Europa, bij welke groote plaatsen dit
het geval is, bij welke niet.
22. Welk nut hebben de meren?
23. In welke luchtstreek ligt Nederland?
24. Waar in Europa zou het warmer, waar kouder zijn
dan bij ons?
25. Zouden de bergstreken dun of dicht bevolkt zijn?
26. En de laagvlakten?
27. Hoe komt het, dat West-Europa veel sterker bevolkt
is dan Oost-Europa?