Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
Zulk een klimaat noemt men daarom zeeklimaat. Het 0.
van ons werelddeel heelt een landklimaat, d. i.: de zomers
zijn zeer warm, de winters zeer streng.
§ 21. In het warme Zuiden van Europa groeien planten,
die in koelere gewesten niet kunnen tieren: dadelpalmen,
kurkeiken, olijven, citroenen, sinaasappels, heerlijke druiven
(voor wijn, rozijnen en krenten), katoen, rijst enz. Voorde
zijdeteelt heeft men er veel moerbeiboomen.
In de gematigde gewesten wordt ook nog wel aan wijn-
bouw gedaan, doch alleen in het zuidelijk deel. Men vindt
«r meer granen, erwten, boonen, vlas, suikerbieten, appels
en peren en vooral schoone weidevelden.
In de koud-gematigde luchtstreek heeft men nog veel
bosschen, vooral in Rusland, Zweden en Noorwegen (uitvoer
van timmerhout). De koude gewesten zijn rijk aan mossen,
waaronder vooral het rendiermos moet genoemd worden.
§ 22. In bijna geheel Europa worden paarden aangetroffen,
vooral in de landbouwstreken. Hier vindt men ook veel
runderen, inzonderheid op de lage venen (Nederland, Dene-
marken, Groot-Brittanje, Ierland). Schapen moet men vooral
in de bergstreken zoeken (Spanje, Duitschland, Oostenrijk);
maar in de lage landen ontbreken de schapenkudden toch
ook volstrekt niet (Nederland, Noord-Duitschland). In het
hooge Noorden is het rendier van zeer veel nut; in Z. Europa
bezigt men als lastdieren vooral ezels en muildieren.
In vele landen van Europa zijn de wilde dieren door
de dichte bevolking zoo goed als uitgeroeid; doch in hel
dun bevolkte Rusland vindt men nog groote troepen
wolven. Vossen, herten, eekhoorns en slangen leven ook
nog in ons Vaderland. Zij komen echter alleen nog in het
Z. en 0. voor.
De N. zeeën van Europa zijn rijk aan uitmuntende visch-
soorten, o.a. kabeljauw en haring.
dichtbij en veraf.