Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
Twee heuvelruggen, de Noordelijke en de Zuidelijke Landrug,
loopen van den Oeral lol hel N. van Jutland en hel W. van
Duilschland. In den N. Landrug vindl men de Waldaï-hoogte,
een voornaam bronnengebied, o. a. van de Wolga.
Landbouw en veeteelt zijn de voornaamste middelen van
bestaan in de Groote Europeesche laagvlakte. Rusland is een
van de grootste korenschuren der wereld.
§ 16. Het grootste deel van het Skandinavische schier-
eiland wordt door eene masea van met elkander samenhangende
hoogvlakten ingenomen; deze vormen hel woeste, boschrijke,
grootendeels ongebaande Skandinavische Alpenland. De wes-
telijke helling is de steilste.
Aan de overzijde van de Botnische G. ligt de Finsche
meer- en rotsvlakte.
Schotland, Wales en West-Engeland zijn zeer bergachtig,
zoo ook IJsland, dat bovendien vulkanisch is: de Hekla.
De Skandinavische en Engelsche bergstreken zijn rijk aan
metalen, de laatste bovendien aan steenkool.
§ 17. Op de grenzen van Europa vindl men het Oeralisch
gebergte, waarvan het middelste gedeelte zeer rijk aan nuttige
en kostbare delfstoffen is.
In den Kaukasus verheffen zich toppen, als EIbroes en Kasbek,
die den Mont-Blanc nog ongeveer 1000 M. in hoogte overtreffen.
§ 18. De Alpen vormen het bronnengebied van vele
voorname Europeesche rivieren. Deze loopen meest door
zuiveringsbekkens: de schoone Alpen-meren. De Rijn stroomt
door het Bodenmeer, de Rhône door het M. v. Genève. De
eerste mondt in de Noordzee, de laatste in de Midd. Zee.
De Po verzamelt het water, dat van de Z. helling der Alpen
stroomt, en voert het naar de Adrialische Zee. De Drau en
de Sau stroomen naar het 0., de inn loopt naar het N.O. ;
zij vereenigen zich met den Donau, die op het Zwarte Woud
ontspringt en in de Zwarte Zee uitloopt.