Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
het laarsvormige Italië. Bekend zijn de vulkaan Vesuvius bij
TTapels en de veel hoogere Etna op Sicilië. De Balkan loopt
van het 0. naar het W. en houdt dus de koude Noorden-
winden tegen: heerlijk klimaat ten Z. van dit gebergte.
§ 14-. Aan de Italiaansche zijde zijn de Alpen steil. Zij
worden hier begrensd door de rijk besproeide en goed be-
bouwde Po-viakte. De noordelijke voet der Alpen rust op
eene hoogvlakte, n. I. de Zwitsersch-Zwabisch-Beiersche.
Aan den loop der rivieren ziel men, dat deze hoogvlakte
naar het N. lager wordt.
Ten W. en N.W. van de Alpen en bovenbedoelde hoogvlakte
verheffen zich de Fransche middelgebergten. De Duitsche
middelgebergten liggen (jr ten N. van. N.Ü. van de Alpen
worden de Karpaten aangetroflen, die de Groote Hongaarsche
laagvlakte in een' boog ten N. en 0. begrenzen. Tusschen
de Zevenburgsche Karpaten (ook wel Transsylvanische Alpen
geheelen) en den beneden-Donau strekt zich de vruchtbare
Walachijsche laagvlakte uit. De genoemde middelgebergten
zijn veel rijker aan nuttige delfstoffen dan de Alpen.
§ 15. Bijna al het Europeesche laagland vormt één grool
geheel. Dit is de Groote Europeesche laagvlakte, die in het
W. tot aan de G. v. Biskaje, in hel 0. tot den Oeral reikt.
Naar de verschillende landen, waarin ze gevonden wordt,
verdeell men haar in:
/ het Fransche laagland,
p . „ , , , I de Nederrijnsche laagvlakte,
Groote Europeesche laagvl. ^^ Noord buitsche »
' de Russische
Aan de overzijde van Noord- en Oostzee heeft men nog
het laagland van Oost-Engeland en dat van Zuid- en Oost-
Zweden. Ierland heeft in het midden laagland. Denemarken
is hel verbindende lid tusschen de Noord-Uuitsche laagvlakte
en het laagland van Zuid-Zweden.