Boekgegevens
Titel: Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Auteur: Doeleman, A.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3425
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203851
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbij en veraf: kleine aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
geheel Rusland, het N. van Azië, het 0. van Amerika is
laagland. In Nederland liggen sommige gedeelten nog beneden
den zeespiegel, zoodat men dijken heeft moeien leggen, om
hel buitenwater te keeren. Hel binnenwater moet men door
molens of machines opmalen. Ook de gronden, die zich maar
weinig boven de oppervlakte der zee of der rivieren ver-
heffen, worden door dijken legen overstrooming beschermd.
Waar zich hooge duinen bevinden, heeft men natuurlijk
geene dijken noodig.
Een ander deel der aardoppervlakte wordt door hoogland
gevormd. Het verheft zich in Europa tol bijna 5000 M., in
Afrika lol 6000 M., in Amerika tot 7500, in Azië zelfs lot
9000 M. Zulk eene verbazende hoogte bereiken echter slechts
enkele bergtoppen. Groote uitgestrektheden land zijn zelden
hooger dan 2000 M.
Is het laagland vlak, zoo noemt men hel laagvlakte; is
hel golvend, zoo spreekt men van heuvelland. Hel hoogland
kan ook vlak zijn; men noemt het dan hoogvlakte. Meestal
is het hoogland zeer oneffen, en vormt het dus bergland.
Door een gebergte verstaat men eene verzameling van bij
elkander behoorende bergen. Liggen deze in eene aaneen-
geschakelde rij, zoo vormen zij eene bergketen. Dikwijls zijn
de bij elkander behoorende verheffingen onregelmatig om
een middelpunt verspreid; zij vormen dan eene berggroep.
De kam van eene bergketen is de golvende lijn, die in de
richting van de keten over de hoogste punten loopt. Daar,
waar een weg over den kam voert, heeft men een' pas of
bergpas.
Dicht bij de lage, vlakke kusten is de zee ondiep. Bij
steile kusten peilt men soms op korten afstand reeds eene
aanzienlijke diepte. Hel grootste gedeelte der oceanen is
zeer diep. In den Grooten Oceaan heeft men enkele plaatsen
gevonden, die 9000 M. diep zijn.