Boekgegevens
Titel: Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Auteur: Jansz, Pieter
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1851
2e dr; 1e dr.: 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 187 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203829
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
vloot koopvaardijschepea I), die uit de West-Indiën
kwam, hier behouden binnen.
, Een weinig westwaarts vinden wij Appingadam, of
den Dam, een belangrijk vlek. Het is 'eerie netge-
bouwde plaats, waar jaarlijks eene beroemde paar-
denmarkt wordt gehouden. De Nicolaaskerk is vrij
groot en heeft een heerlijk orgel en een' fraaijen pre-
dikstoel. Het stadhuis, de Roomsch-Katholieke kerk
en de Joden-Synagoge zijn ook knappe gebouwen.
De inwoners van Groningen zijn ook afstammelin-
gen van de Friezen en hebben in de vroege tijden ook
gedeeld in de oorlogen der Schieringers en Vetkoopers.
Het platte land van Groningen werd genoemd de Om-
melanden, en het geheele gewest Groningen en Omme-
landen, naderhand Stad en Lande van Groningen. Van
het laatst der vijftiende eeuw tot 1S36 stond het gewest
onder de hertogen van Saksen en somtijds onder den
graaf van Oost-Friesland. In 1538 kwam het aan Ka-
rel V. De afval van Ren n en b erg met de stad Gro-
ningen veroorzaakte oneenigheden en oorlog tusschen de
stad en de Ommelanden, daar deze laatste getrouw aan
de Staten bleven. Stad en Lande stond nu eens onder
den stadhouder van Friesland, dan weder onder dien
van Holland en Zeeland.
Hiermede , lieve kinderen 1 eindigen wij de aard-
rijkskundige beschrijving' van Nederland, het land ,
dat onze vaderen als uit de zee hebben opgehaald.
Voor eeuwen stroomden zee en rivieren telkens over
het land , en verwoestten den oogst van de bewoners,
die^jnet zooveel moeite en arbeid den grond bebouwd
hadden. Eerst langs de rivieren en vervolgens langs-
de zee legden zij toen dijken aan, om het water op
zijne plaats te doen blijven. Dit kostte weder veel
1) Wilt lijn loopvaardijschepen? Kent gij nog aniloro soorlcn
Tan icliopen 7