Boekgegevens
Titel: Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Auteur: Jansz, Pieter
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1851
2e dr; 1e dr.: 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 187 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203829
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
andere zijde in heerlijke bouw- en weilanden. Wij
zien hier een groot gevangenhuis, een kasteel en de
ruïne van het oude slot. De inwoners leven van
visscherij en veeteelt. VoUenhove was de eerste plaats
van Ocerijscl, die in de magt der Ütrechtsche bis-
schoppen kwam. Zij hadden^er ook huu verblijf, als
zij dit gewest bezochten.
Langs de zee komen wij noordelijk te Blokzijl,
een welvarend vlek, met eene goede haven en veel
handel in boter. — In 1G72 hebben de inwoners dezer
plaats zich zeer dapper gedragen tegen deMunsterschen.
Noordoostelijk van Blokzijl vinden wij het stadje
Steenwijk, digt bij de grenzen van Brenthe. Hier
wordt veel in koren gehandeld, en in den schoonen
omtrek zien wij goed bouwland, heuvelen en bosschen.
De Groote kerk en de fraai beplante wallen moeten wij
bezoeken. — Steenwijk^'as in vorige tijden eene vesting,
en heeft zich in 1380 en 1381 moedig tegen de Span-
jaarden verdedigd. In 1823 heeft eene overstrooming
hier veel nadeel gedaan.
In de nabijheid van Steenwijk zouden wij nog het dorp
Giethoorn kunnen bezoeken, waar eenige monniken in
het begin der veertiende eeuw uitvonden , om het veen
tot turf te bereiden en -yoor brandstof te gebruiken.
De tegenwoordige provincie Ocerijsel kwam in de
tiende eeuw gedeeltelijk, en later geheel onder het
bestuur der bisschoppen van Utrecht, en werd daarom
het Oversticht genoemd , gelijk Utrecht zelf het Neder-
sticht geheeten werd. Met de vorsten van Gelderland
hebben de bisschoppen veel oorlog gevoerd over het
bezit van deze landstreek. In 1328 kreeg Karei V
haar in zijne magt. In 1379 was Ocerijsel eene der
provinciën, die het laatst tot de Unie van Utrecht
toetraden. De Munsterschen en Keulschcn hadden
haar van 1672 tot 1674 in het bezit. In 1823 leed de