Boekgegevens
Titel: Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Auteur: Jansz, Pieter
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1851
2e dr; 1e dr.: 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 187 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203829
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dit is vroeger dikwijls gebeurd, vooral door de
zee; en daardoor zijn vele bogtige openingen in het
land, die golven genoemd worden , en andere wate-
ren , dieper het land in, ontstaan. Daartoe behooren
de DoUart, de Lauwer of Lauwerzee , de Wadden,
de Zuiderzee , hel IJ, het Hollandsdiep, de Haring^
tliet, het Biesbosch enz. — De Dollarl en de Lau-
wer zullen misschien binnen kort ingedijkt en droog-
gemaakt worden , en in vervolg van tijd welligt ook
liet IJ en de Zuiderzee.
In de laagste streken van ons land is de grond
nog niet van gelijke hoogte. Er zijn daar plaatsen
die weder lager liggen dan de oppervlakte van het
■water in de vaarten, die daarlangs loopen. Hiertoe
behooren vooral de drooggemaakte meren, die men
in ons land in groot aantal vindt. Deze plaatsen
zijn natuurlijk door dijken omringd, om ze boven
water te houden. Zulke ingedijkte stukken lands
noemt men polders. Zijn deze polders niet groot,
en liggen er geene groote, hooge waters tegen aan,
dan hebben zij ook geene hooge, zware dijken noo-
dig. Men gebruikt dan slechts ligte dijkjes, dio
kaden genoemd worden.
In zulke polders zijn natuurlijk ook grootere en
kleinere slooten 1). Hierin zou het water stilstaan
!n bederven , zoo daar tegen niet gezorgd was. Ook
zou er door zware regens, en door'de wellen 1),
die er gevonden Worden , somtijds te veel water in
komen, zoodat de landen onderliepen ; en in dfooge
zomers zou er te weinig water in blijven, omdat het
lan sterk uitdampt en dus veel vermindert.
Hiertoe heeft men sluizen , zijlen , duikers en water-
molens. Op sommige plaatsen heeft men in de dij-
1) W'aarotn moeien cr sloolcn ?.!jn ?
2) Wat Jijn irrllrn/