Boekgegevens
Titel: Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Auteur: Jansz, Pieter
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1851
2e dr; 1e dr.: 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 187 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203829
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
leeren kennen. Als gij hierin wat gevorderd zijt en
gij goed begrijpt, wat u in dit boekje geleerd wordt,
dan zult gij weldra in andere grootere boeken nog
meer gewigtige dingen van ons vaderland , en ook van
andere landen veel moois en belangrijks lezen; en zoo
wordt gij steeds kundiger, en leert steeds meer nuttige
zaken, die u en anderen dikwijls te pas kunnen komen.
Zoudt'gij wel eens een reisje door ons land willen
doen , met uw' vader of meester bij u , die u al het
fraaije en merkwaardige liet zien ? — Ja , daar zoudt
gij zeker wel groot vermaak in hebben. Welnu, dan
zullen wij te zamen dat reisje eens doen. Wij zullen
het geheele land doorreizen: ik ga met u mede , en
uw onderwijzer ook, en; wij zullen u telkens doen
opmerken wat voor u het belangrijkste is.
Nu, zet maar zulke groote oogen niet op: gij be-
hoeft de school niet te verlaten. Wij zullen datjreisje
heel bedaard hier in dit vertrek afleggen. Gij blijft
op uw gemak op de bank zitten , en ia gedachten
zullen wij u door het land en door de voornaamste
plaatsen rondleiden. En als gij dan zeer aandachtig"
en opmerkzaam zijt, zal het u bijna even goed zijn ,
alsof gij u werkelijk op die plaatsen bevondt.
Maar, lieve kinderen 1, geheel en al in verbeelding
moet de reis toch niet gaan. Zoo gij uit dit boekje
veel nut wilt trekken en veel onthouden wilt, dan
moet gij telkens, als gij uwe les leert, voor gij ze
opzegt, den weg, dien wij ons verbeelden te gaan ,
en de plaatsen, die wij bezien, op het kaartje, ach-
ter in het boek, opzoeken, en bij elke plaats , die
gij op het kaartje aanwijst, in uwe gedachten her-
halen , wat daarvan gezegd is. Dit alles moet gy nog
eens doen , als gij de les hebt opgezegd , cn uw onder-
wijzer nog het een en ander daar heeft bijgevoegd , of
verklaard heeft_ wat gij niet begrepen niogt^hebben.