Boekgegevens
Titel: Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Auteur: Jansz, Pieter
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1851
2e dr; 1e dr.: 1849
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 187 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203829
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vaderlandsche aardrijkskunde, onderhoudend medegedeeld aan kinderen van acht tot elf jaren: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TOEGIFT.
Nu Eult gij , denk ik , heel wat verrast zijn, mijne
kinderen 1 als ik u te Maastricht niet verlaat, inaar met
u mede naar uwe woonplaats ga, en u .onderweg, als
tgegift, nog kortelijk mededeel, wat voor land wij
buiten Nederland, in andere deelen der wereld bezitten.
Gij herinnert u zeker nog wel, dat ik u in het begin
van dit boekje zeide, dat nog vele'straten en eilan-
den , in andere werelddeelen aan ons land behoorden ,
die te zamen omstreeks 28 malen grooter zijn dan
ons land zelf. Hoe wij aan dit land gekomen zijn, zal
iji u in weinig woorden trachten duidelijk te maken.
Voor drie- of vierhonderd jaren was nog een groot
gedeelte van de oppervlakte der aarde bij de inwoners
van Europa onbekend. Er was nog. veèl land, waar
ook menschen-woonden , waarvan de Europeanen niets
wisten. Dit kwam voornamelijk door de uitgestrekte
geeëa, die overal op de aarde gevonden worden, en
die men nog niet durfde overvaren 1).
Van tijd tot tijd echter waagde men zich al verder
cn verder op de zeè; en hoé meer bekwaamheid de
menschen verkregen in de kunst van schepen te be-
sturen , en vooral van den weg op zee te vinden, hoe
grooter reizen men op die ze^ën durfde ondernemen.
Hierdoor ontdekte men'gedurig meerland, onnaar
de nieuw gevonden streken-werden menschen gezon-
den , om den grond te bewerken en alles wat dat land
opleverde, te verzamelen. JDit kon dus voor de Euro-
peanen zeer voordeelig zijn, en dit was ook heel goed,
zult gij zeggen. i,JVIaar in de meeste van die landen
waren reeds mensfihen: die werden dikwijls met ge-
weld daaruit gedreven , of gedwongen , de ÏEuropeanen
1) IIoo waren die andere inen'clien in die verre landen geko-
Dion ? Vrsfffl di( oéas a-m mreti o^d^'^\v^;Ier.