Boekgegevens
Titel: Gronden der Engelsche spraakkunst, in voorbeelden en toepasselijke oefeningen: eenvoudig en bevattelijk voorgesteld
Auteur: Hakbijl, Lodewijk
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1859
[S.l.]: W.J. Kröber
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 488 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203796
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der Engelsche spraakkunst, in voorbeelden en toepasselijke oefeningen: eenvoudig en bevattelijk voorgesteld
Vorige scan Volgende scanScanned page
ENGP:LSCliE SPRAAKKUNST. 217
1 to expect. 2 moderation. 3 to expel. 4 to extract. 5 to feed. 6 grass.
7 hay. 8 to fling. 9 to frown, 10 to gape. 11 bitterly. 12 to grieve. 13 to
grumble. 14 to hang. 15 string. 16 to have pity. 17 to hear. 18 to hesitate.
19 to hint. 20 avarice. 21 to hurl. 22 to impart. 23 to impose. 24 credulity.
25 to impute. 26 simplicity. 2 7 emulation. 28 to incite. 29 to surpass one's
self. 30 to increase. 31 to induce. 32 to inflict.
128ste Oefening.
Hij droög ^ zich in ^mijne gunst. Ik sta ^ er op, dat hij het
doet. Ik voorzag 3 hem van algeheele volraagt Het zal u in zwa-
righeden wikkelen Hij is aan de koude gewoon Gij kunt er
niet over oordeelen Naar zijn voorkomen ^ te oordeelen moet
hij gezond zijn. Hij staat ® met roovers in verbinding. Hij is be-
paald tot die som. Ik verlang naar dat oogenblik. Gij moet
u daarmede behelpen Hij is met eene gravin gehuwd Ik
bemoei ^^ mij niet met zijne zaken zij vermengden hunne
kussen met tranen i®. Het is met gom ^o gemengd Zij treurt
over den dood van hare vrienden. Bij peinst ^^ op middelen om
zijne familie te onderhouden 23. Hij drong 24 zich bij mij op. Hij
volhardt ^^ bij zijnen eiseh Gij zult er mij nooit toe overreden 27,
Hij speelde schaak Ik bereidde hen voor tot de grap ^o.
Hij zal mij aan het werken 32 hinderen Ik zal u voor zijn aan-
vallen 34 beschermen 33, Hij tergde 35 mij daartoe. Hij haalde 36
het uit den Rasselas van Johnson aan 37, Het valt 3» mij thans
niet in. Hij verwijst 3» op zijn laatsten brief. Ik kan mij van lag-
chen niet onthouden 40. Zij verheugden 4i zich hem weder te zien.
Verlaat u niet op hunne beloften.
1 to insinuate one's self. 2 to insist. 3 to invest. 4 full power. 5 to in-
volve. 6 to inure. 7 to judge. 8 look. 9 to be leagued, 10 to limit. 11 to
long. 12 to make shift. 13 to marry. 14 to meddle. 15 concern. 16 to mingle.
17 kiss. 18 tear. 19 to mix, 20 gum. 21 to mourn. 22 to muse. 23 to support,
24 to obtrude. 25 to persist. 26 demand. 27 to persuade. 28 to play at chess,
29 to prepare. 30 sport. 31 to prevent. 32 working. 33 to protect. 34 attack.
35 to provoke. 36 to quote. 37 to rate. 38 to recur. 39 to refer. 40 to refrain.
41 .to rejoice. 42 to rely.