Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
in den inwendigen zedelijken strijd tegen het kwaad —
daartoe stonden de dichters, zy mochten dan geestelijken
of waereldlijken zijn, niet hoog genoeg boven de alge-
meene ontwikkeling. Daar moest handeling naar buiten
zijn, stoffelijke verwikkelingen, die evenwel eenig chris-
telijk leerstuk vertegenwoordigden. Naar deze voorwaarden
ontstond uit het reisverhaal van brandaen (op het einde
der zesde eeuw Abt van Lancarvan) naar de Kanarische
eilanden, eene fantastische legende, die den heiligen man
voorstelt als, ter straffe voor zijn ongeloof aan zeker won-
derboek , van een engel den last ontfangende om een zeereis
te ondernemen. Negen jaren lang zwierf hy met eenige
zijner monniken op de zee rond, onder allerhande vreemde
ontmoetingen en aanvechtingen van duivels en gedroch-
ten; met velerlei aanschouwingen vooral van de smarten
en folteringen, die de zielen der bozen als rechtvaardige
vergelding na dit leven ondergaan. Van dit alles deed
hy een boek samenstellen, en offerde dat na zijne behou-
dene thuiskomst op het outer der heilige Maagd.
14. Tot de oudste romantische gedichten van dit tijd-
perk, die bepaaldelijk onder de Karei-romans gebracht
moeten worden, behoort de B e re W i s s ela u, misschien
de oudste metrische roman, in de Nederduitsche taal ver-
vaardigd, waarschijnlyk in de twaalfde eeuw. Het ge-
ringe overblijfsel dat wy er nog van bezitten, verraadt
kennelijk een Vlaamschen oorsprong; maar de meening,
dat de inhoud betrekking zou hebben op den strijd tus-
schen CLODOVECH en syagkius van Hoissons, in het
afgaan der vijfde eeuw, kan, na de uitgave van het
fragment door Prof. serrure, niet meer worden volge-
houden.
De inhoud van dat merkwaardig overschot is deze:
Karel de Groote is met zijn gevolg aangekomen in een
reuzenland, waar espriaen als Koning regeert. Allen
zijn zeer beducht, hoe zy weder van daar zullen gera-
ken; maar een der Eidders, geernout, heeft een beer
by zich, WiSSELAü geheeten die alles verstaat wat zijn