Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
reeds sinds drie nachten onrustig maken." Eindelijk bekent
EGGiiERic dan ook, dat hy aan het hoofd staat van eene
samenzwering tegen den „coninc," die 's anderen daags
moet uitbreken. Te vergeefs tracht zy hem hiervan te rug
te brengen; en in zijn toorn geeft hy haar een slag voor
't gelaat, die haar 't bloed uit neus en mond doet
springen. Als zy zich nu, hare smart verbergende, over
den rand der sponde buigt, sluipt elegast zachtkens toe;
vangt het druppelend bloed in zijn handschoen, en doet
daarna door het spreken van zijn toovergebed alles weer
in vasten slaap zinken. Dan maakt hy zich meester van
EGGIIERICS zwaard en den klinkenden zadel, begeeft
zich weer naar buiten tot zijn gewaanden mededief, en
verhaalt dien wat hy vernam.
Doe wiste Carel wel te voren,
dat hem god te stelen ontboot
om hem te bescndden van der doot.
Met moeite weerhoudt hy den vergramden elega8t
die nogmaals te rug wil in het kasteel, door met hem de
middelen te beramen om Koning karel van het ge-
vaar te verwittigen. Elegast toog naar de zijnen , en
karel voer Ingelenwaart. Terwijl liep de nacht ten
einde, en
was die wachter gestaen
ter hogher tinnen, ende blies den dagh ,
die men scone verharen sach;
doen wort ontwaken menich man.
doe sende Carel die coninc
om enen sinen camerlinc
ende om sinen verholen raet,
ende seide heet met hem staet.
Op raad van den Hertog van Bayvier wapenen zich de
Keizer en het hofgezin, en de eedverwanten worden ge-
vangen en van geheime wapening overtuigd. Eggheric
evenwel loochent stoutweg den aanslag; maar elegast,
haastig ten hove ontboden, verhaalt nogmaals het voor-
gevallene in de nacht op Egghermonde, en toont allen
■J-