Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
zuiver bewaarde eenheid der handeling, als door de klaar-
heid der voorstelling.
De inhoud is deze: — kakel de Groote,
't Inghelen al opten Rijn
verblijf houdende, ontfangt in de nacht het bevel eens
engels om uit stelen te varen, Aanvankelijk houdt hy
de gebiedende stem voor elfsbedrog; maar eindelijk zijn
twijfel overwinnende, besluit hy zich aan hooger wil te
onderwerpen: hy wapent zich in alle stilte, stijgt te paard,
en trekt by den helderen maneschijn het woud in. Daar
ontmoet hy een Ridder
met wapenen swart als ooien,
swai't was helm ende seilt,
die hi aen den hals hilt;
sinen halshereh mocht men loven;
swart was den wapenroc daer boven;
swart was dors, daer hi op sat,
ende quam enen sonderlinghen pat
dvvers riden door den woude.
Hy geraakt met hem in strijd; overwint hem, en wordt
gewaar dat het elegast is, een zijner mannen, vroeger
om een misval vogelvrij verklaard, en nu levende van
den roof In het gesprek, dat tusschen de beide helden
plaats grijpt, komt de Keizer (die zich ADELIïrecht,
mede een roofridder, noemt) tot de overtuiging dat de
trouwe elegast meer dan iemant zijn gunst verdient.
Op het voorstel van den laatste trekken zy naar Eggher-
monde [Aigremont) het kasteel van eggheric, 's Keizers
zwager. Elegast , die in de zwarte kunst bedreven, en
„behendichede" meester is, doet er alles in diepen slaap
vallen; breekt zich een gat in den muur, en dringt zoo
binnen het kasteel, tot in de slaapkamer van den burcht-
heer. Wanneer hy daar een zadel met honderd gouden
bellen rooven wil, springt eggheric, door het getinkel
ontwaakt, op; maar zijne gemalin beweert, dat hy zich
misleidt: dat er andere zaken zijn die hem deeren en