Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
ende Elegast; Ogier van Ardennen; de roman
der Lorreinen; "Willem van Oringen; Ge rein
van Montglaviën; Renout van Montalbaen,
of de vier Heemskinderen; Maleghijs. Tot de
Arthurromans: Lancelot, een samenvoeging van ver-
schillende verhalen ; Wa Ie we in; Percevael; Fer-
guut. Al deze gedichten intusschen zijn, met uitzonde-
ringvan een enkel, vertalingen of omwerkingen van Fi'an-
sche voorbeelden. Tijdens de kruistochten , waarin , vooral
aanvankelijk, het getal Franschen zoo overwegend was,
dat de Oosterlingen sinds de Europeanen in 't algemeen
Franken noemden, was de kennis van de Fransche taal
merkelijk uitgebreid. De ridder-romans waren vruchten
van den Franschen bodem; werden gretig ontfangen door
wie de taal verstond, en moesten als voorbeelden voor de
buitenlandsche dichters dienen. Zuid-Nederlands Waalsche
bevolking las — en zijn Vlaamsche inwoner vertaalde ze.
Noord-Nederland stond met Franhijk reeds lang in handels-
betrekking; Koning filips de Eerste huwde in 1074
baeete van holland, dochter van Graaf floris, ter-
wijl robbeecht de Fries, de erkende voorstander en be-
schermer der dichtkunst, reeds in 1063 vasten voet in
het Graafschap had gekregen, en met de hem omrin-
gende Edelen zeker niet weinig bydroeg, om den smaak
voor de door hem begunstigde Letterkunde, die zich nu
by voorkeur in de nieuwe richting bewoog, uit te brei-
den. Dit alles te zamen genomen verklaart dus lichte-
lijk, waarom de ridder-romans, die wy op het gebied
onzer Letterkunde kunnen aanwijzen, byna allen vertalin-
gen of omwerkingen van Fransche modellen zijn.
12. Wanneer wy nu uit den bestaanden voorraad
eenen enkele tot nadere kennismaking willen kiezen, om
daaruit tevens den heerschenden geest van allen eeni-
germate te leeren kennen, dan verdient de roman van
C a r e 1 ende Elegast vooral daarom de voorkeur, wijl
hy het eenig als oorspronkelijk bekende gedicht van dezen
aart is, dat wy bezitten, en even merkwaardig door de