Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
4.)
geerige denkbeelden en bespiegelingen konden by Iien nog
weinig ingang vinden; de overblijfselen van het heidendom
hadden zich noo; overvloedig met de zuiverder christe-
O O
lijke denkbeelden vermengd en daarin stand gehouden:
alven en kabouters, zwaanjonkvrouwen en nikkers
bevolkten nog, naar het algemeen geloof, aarde, lucht
en water — en de dichters, door hunnen tijd gevormd,
en midden in hunnen tijd levende, konden niet anders
dan de hoofdverschijnselen daarvan met sterke kleuren
afbeelden in hunne gewrochten, die er zooveel te meer
om gezocht en bemind werden, ofschoon ze in het over-
drevene, dat er het gewoon kenmerk van heeten mocht,
ook reeds de kiem van het verval met zich medebrachten.
De hoofddeugden vati de besten dezer verhalen zijn
schilderachtigheid van voorstelling, levendigheid van dia-
loog, en frischheid van beide. Als een voorbeeld der
eerste hoedanigheid kiezen wy de beschrijving van iiay-
mi.jn van dordone met zijne ridders in de zaal van het
kasteel, waarmee de roman van Ren out, een aanvang
neemt.
Tien tide was Haymijn die oude
onder alle sine haroene,
die stout waren ende eoene;
daer sater gliewapent acht hondert.
daer was die overmoet so groot,
ende mallijc hadde op sinen scoot
een swaert met enen goeden egghe.
Haymijn sat tien tiden
in enen bliaut van groenre siden
die diere was ende goet,
daer menich goet steen in stoet,
hi hadde ghescranct sine been;
sijn ellenboghe stoet op sijn cnie.
scoonre hof hilt Haymijn nie.
hi sat of hem ware ondcrdaen
dat keratinede heeft bevaen,
ende hi hadde met siere tonglien
al dat hof also bedwonhgen
datter niemen spreken dorste,
gheen so rike lantsvorste.