Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
4t
jezus nachtniaalsviei'ing gebruikt, later inet 's Heilands
bloed door Joseph van Arimathea naar Engeland over-
gebracht werd, naaar daar verloren gegaan was.
9. Het behoort niet tot ons bestek, om van al deze ge-
dichten een even breedvoerig verslag te geven , als mocht
gevergd worden van de tot nu toe behandelden, om den
wille der hoogst belangrijke plaats die zy in onze oude
Letterkunde beslaan, zoo wel als om de weinige bekend
heid, die er in 't algemeen heerscht omtrent dat vroege
tijdvak onzer Letterkunde, waarvan de studie door soms
moedwillige onkunde al te veel verwaarloosd was. By
eenigen kunnen wy met de bloote vermelding van den
titel volstaan, omdat zy slechts stuksgewijze of verminkt
tot ons gekomen zijn, of zelfs maar byna alleen kunnen
gekend worden uit de oorspronkelijke stukken in den
vreemde, die , daar ook het onderwerp niet meer nationaal
is, dat belang niet kunnen inboezemen, dat de G o e d r o e n
verwekt; by anderen — omdat hun inhoud voor de kennis
van zeden en gewoonten, van kleederdracht en leefwijze,
hoogt gewichtig is, maar, voor het overige, noch in samen-
stelling , noch in uitwerking groote verdiensten bezit.
10. Het doorgaand karakter dier romans is eene aan-
eenschakehng van ridderlijke handelingen, tweekampen,
burchtbestormingen, gevechten met reuzen en draken,
bevrijden van Jonkvrouwen; en dit alles dikwijls door-
mengd met bovennatuurlijke verschijnselen, die aan de
zucht tot het wonderbai-e, den middeleeuwen zoo byzonder
eigen, ruimschoots voedsel boden.
Wat de dichter van den L a n c e 1 o t zijnen lezeren be-
loofde, is als eene saamgetrokken karakteristiek van wat
allen gaven:
scone die ieesten,
Bede van rouwen ende van feesten ,
Van ridderscape groete daet,
Van selsieneheden menieh baraet.
De oorzaken dezer samenstelling liggen voor de hand: —
De adel leefde in een tijd van handelen: afgetrokken wijs-