Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Engeland vereerde steeds de nagedachtenis van zijnen
aktiiuk; en het vasteland noemde nog met geestdrift en
eerbied den naam van karel den Groote: beiden werden
het middenpunt van eene reeks minder of meer op zich-
zelf staande dichterlijke verhalen, die door hunne grepen
in het ridderleven van dezen tijd, door hunne schilderin-
gen van heldenmoed en ridderlijke hartstochten, van avon-
turen en stoute ondernemingen, den geest der Edelen
innamen en kluisterden. Ja waarlijk! do Letterkunde
van die dagen was het schaduwbeeld van den Ridder zelf:
In de lange winteravonden zat zy in het kasteel, aan
den hoek van den haard den tijd te korten, vuurde den
moed des Ridders aan, en verlevendigde de verbeelding
van Edel- en Jonkvrouwe; of des zomers, als alles daar
buiten vrolijk was, huppelde zy met den adelstoet over
het groene veld. Van slot tot slot ging zy nieuwe avon-
turen zoeken, om ze daarna met' zwier en bevalligheid
weder aan anderen te verhalen. Zy minachtte de steden;
men zag haar alleen daar, waar het adelijk bloed door
de aderen vloeide; en het was slechts by uitzondering,
wanneer zy eens een enkelen maal hare gunst aan de
aanzienlijksten der onedelen schonk. Het was vooral ten
hove, dat zy voorkomend onthaald werd: de Vorst over-
laadde haar met gunstbewijzen, zocht haar aan zich te
verbinden, en was niet zelden de verbreiding van zijnen
roem aan haar verschuldigd. '
8. Wanneer nu de inhoud dier riddergedichten in
betrekking stond tot karel den Groote of zijne Paladij-
nen , dan werden zy Karei-romans genoemd. Behoorden
de helden , wier feiten er werden bezongen , tot den kring
van den Engelschen arthur, dan heette men die verha-
len Arthur-romans, terwijl eene byzondere afdeeling
dezer laatsten bekend is onder den naam van Graal-
romans , omdat de daarin optredende held zich bezig houdt
met het zoeken naar den heiligen beker, die, eerst by
Snellaert.