Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
zacht, dan eens bruisend en wild, al naarmate het on-
derwerp het vordert. De opvatting der kaï'akters staat
niet beueden die van het Nevelingen-lied, en het
gevoel door natuurschoonheid spreekt er zich zelfs inniger
uit. De handeling is met eene wechsleepende levendigheid
geschilderd, en houdt, tot den einde toe, de aandacht
aan dit meesterlijk tafereel der zeden van den voortijd
als vast geketend.
6. Zien wy thands welke de invloed was, door de
kruistochten (dat in het leven geroepen heldendicht der
Westersche volkeren!) op de poëzy voortgebracht.
Nu het ridderwezen met zijne beschaving en vei'fij-
ning, met zijne krachtige, maar vooral ook weelderige
vormen, met zijne schitterende kleuren en schetterende
tonen in vollen bloei was; nu de adel, door wrijving
met vreemdelingen en het- vreemde in zijnen smaak
gewijzigd, naar andere voorstellingen zocht, dan die
in onmiddelijk verband stonden met tijden die verou-
derd, met toestanden die voorby waren; nu hy ver-
langde zijne eigene levensopvatting, zijn eigen streven
afgespiegeld en geïdealizeerd te zien — nu veranderde
ook de geheele ricliting der Letterkunde; en om aanvan-
kelijk te behagen aan enkelen (maar die enkelen waren
de bloem der toenmalige maatschappy) verloor zy weldra
datgene, wat haar vroeger vooral onderscheidt: het schil-
deren van groote bewegingen, waarin een geheel volk
aandeel nam — en ging zich meer by de handelingen van
enkelen bepalen.
7. Het denkbeeld van twaalf dienaren om den Meester
gegroepeerd te zien, was door het Christendom' eene
eigenaardige voorstelling, byna eene aanschouwelijkheid
geworden , die zich op dezen tijd by de Christendichters,
Christenridders bezingende, met eene zekere voorliefde
'gelden deed; en zoo werden twee doorluchtige helden,
twee boven alles beminde Vorsten, de lievelingsbeelden,
waar de historische, mythische of verdichte feiten hunner
twaalf Paladijnen en Eidders zich rondom verzamelden.