Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
met liet zwaard, de goedronde vrolijkheid liiet verlaat;
RuniGKR, do edele bedaagde held, vol van zedelijke
grootlieid, wiens dood door Nevelingen en Hunnen be-
weend wordt — al deze karakters zijn in hunne verschil
lende wijzigingen voortreffelijk volgehouden en tot een
uitmuntend tafreel samengebracht, in welks hoofdlicht
men altoos ciirïemhilde, aanvankelijk de tedere, zacht-
moedige, steeds de minnende en getrouwe, later de deer-
lijk verbitterde en wraakgierige vrouw te rug vindt.
Minder gelukkig dan de Hoogduitschei's, die op ver-
scliillende volledige uitgaven van dit gedicht mogen roe-
men , bezitten wy van de Nederduitsche bewerking slechts
een zeer gering fragment (een deel uitmakende van den 8-^ten
zang in lachmanns uitgave dat ons zegevrijt schil-
dert op de jacht, weinige stonden voor het treurig oogen-
blik, waarop zijn bloed de bloemen van het woud kleurt.
De laatste helft van dit fragment moge ons een denk-
beeld van de bewerking des geheels geven.
Ay , lioe blidelike die coene degen reet.
Groet soe was sijn gere, lanc ende daertoe breet.
een diere swert soe had hi gegort an sine side.
die horen was van goude: dies was hy wel blide.
Van betren iagecledren en hoerde noit man sagen,
enen roe van ziden mochte men hem sien dragen
ende enen heet van sabele: gewaerliker dinc!
het was een dier goudboert daer die horen ane hinc.
Ende enen ahornen böge hadde hi oec an heme,
met huden overtogen, alse iageren geterae;
en constene gespannen anders en geen man,
en ware met gewerke, hi en waert selve dan.
Boven alle sine cledre hadde hi enen roe ane,
wel geraaect na heme van swarten cordewane
De XVIe Aventinre in het lassbergfr handschrift.