Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
beurtenissen, die te diepen, te ontzettenden indruk had-
den gemaakt, dan dat ze onder het volk niet moesten
blijven voortleven en stoffe opleveren tot dichterlijke ver-
werking. In het midden van Buitschland bekend geraakt,
vonden deze overleveringen en zangen gretige ooren,
en werden daar, uit den mond des volks opgevangen,
tot die betrekkelijke eenheid gebracht en voor den nako-
meling opgeschreven, die wy thands in den vorm van
het Nevelingen-lied kennen.
Het Nevelingen-lied bestaat uit twee ongelijksoortige
en eigendlijk niet volkomen saamverbonden deelen , waarvan
het laatste het oudste is. Het eerste, later b_)gevoegd,
schildert: hoe de sterke held Siegfried of zegevrijt. Ko-
ning siegsionds zoon van Nederland, de hand der schoone
ciiriemiiilde van ^rgondië te Worms verwerft, en voor
haren Koninklijken broeder Günther die van brunhilde
van IJsselland wint; hoe de beide Vorstinnen met elkan-
der in twist geraken over den voorrang harer echtgeno-
ten en, ten gevolge der daaruit ontstane tweedracht,
siegfried als een offer van brunhildes wraakzucht
verraadlijk wordt geveld door hagen van Tronje, Gun-
thers voornaamsten leenman en veldheer.
Het tweede en oudste gedeelte verhaalt de uitvoering
van de bloedige plannen der thands naar wraak dorstende
chriemhilde, wier teder en vrouwelijk gemoed na sieg-
frieds moord eene vreeselijke verandering heeft onder-
gaan. De beruchte Hunnenkoning etzel (attila) laat
aanzoek om hare hand doen, en zy verbindt zich met
hem in het huwelijk, om te geduchter voor hare vijan-
dige verwanten te kunnen zijn. Na verloop van eenigen
tijd lokt zy door eene vriendelijke uitnoodiging al de
Nevelingen of Borgondiërs aan het liof van haren echt-
genoot; en nu vangt weldra het bloedig treiirspel aan,
waarop, reeds van den aanvang af, zoo dikwerf in het
gedicht gezinspeeld wordt met korte uitdrukkingen, die als
zoovele donkere en dreigende geestgestalten telkends voorby
zweven, en het gemoed met eene sombere verwachting