Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
„Bilibit her thär inne,
„sinemo kunnie". '
Toen nam liy schild en speer, en reed strijdlustig op
den vijand aan, dien hy tot zijne groote vreugde spoe-
dig vond. Fier reed hy voort, en zong oen heilig lied;
en allen zongen met hem samen : Kyrie eleison!
Het lied eindigde; de strijd begon. Het driftig stroo-
mende bloed kleurde de wangen der Franken by het heete
wapenspel. * Daar streed ieder als een held, maar niet
éen zoo als lodewijk : snel en stout; dat was hem aan-
geboren. Hy maakte eene vreeslijke slachting onder zijne
vijanden, en schonk hun een bitteren drank. Zoo ver-
loren zy het leven.
Gilobót si thiu Godes kraft!
eindigt de dichter, met Christelijke dankbaarheid:
Hludwig Warth sigihaft;
jah allen heiligon thane;
sin Warth ther sigikamf. ^
Hy sluit dan met de bede voor den beminden Koning:
gilialdc inan, truhtin!
bi sinan êgrehtin. '
' Blijft; hy op het slagveld —
ik vergeld het den zijnen.
2 Geloofd zij de kraeht Gods!
Lodewijk werd zeeghaftig.
allen heiligen zeide hy dank:
de zege des strijds werd de zijne.
ä Behoud hem, Heere!
by zijn vorstelijk gezaeh.
* Het is eene dwaze gewoonte, om, waar wy den geest en de
letterkundige waarde van een oud gedicht willen doen kennen, altoos
woordelijk, en nooit naar den zin, naar de beteeken is over
te brengen. Onze voorouders drukten met hunne minder ontwikkelde