Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
2G
Thas gideild her thanne
sär mit Karlemanne,
bruoder sinemo,
thia czala wunniono. '
Maar toen dit alles was geschied, wilde God hem be-
proeven: Hy liet de mannen der Heidenen over de zee
komen, en het volk der Franken hen dienen. Sommigen
gingen nu verloren, anderen werden behouden; die vroe-
ger slecht handelde, werd nu gestraft. Velen verbeter-
den zich; de Koning was echter verre (in den oorlog
met boso, Koning van Borgondië), al het Rijk ver-
ward , en christus verbolgen. Maar God ontfermde zich
over den nood des volks, en beval lodewijk den on-
derdrukten ter hulpe te snellen. De Koning gehoorzaamde:
hy hief zijn standert op, en reed in Frankenland tegen
de Noormannen. Toen sprak hy tot zijne mannen:
„Tróstet iuh, gisellion,
„minê nótstallon! 2
„God zond my tot u, om mijn leven niet te sparen
„tot ik u gered zal hebben. Nu wil ik, dat allen die
„God liefhebben my volgen. Ons leven staat in Chris-
„tus hand; wil hy het ons ontnemen, hy heeft er de
„macht toe.
„Sö wer so hier in ellian
„giduot Godes willion,
„quirait her gisund üz:
„ih gilönon iraoz. ^
' Dit deelde hy dan
weldra met Karloman
zijnen broeder,
al deze heerlijkheid.
^ „Bemoedigt u , gezellen I
„mijne getrouwen in nood!
^ Wie hier volijverig
den wille Gods doet —
komt hy ongedeerd uit den strijd ,
ik zal hem beloonen.