Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
overwinning op de Noormannen, by Saucourt; en een
monnilv der abdy Saint-Amancl, tusschen Doornik en Va-
lencijn, de als Dichter en Toonkunstenaar beroemde
hucbald, in 930 overleden, bezong in krachtige poëzy
het heldenfeit van zijn beminden Vorst.
Einan kuning,
dus begint hy in lyrische vervoering dit gedicht, dat ook
merkwaardig is ten opzichte van het daarin, uit het Zui-
den tot ons gekomen, eindrijm:
Einan kuning weiz ih,
heizsit her Hludwig,
ther gerno Gode thionót:
ih weiz, her imos lónót.
Kind warth her faterlös;
thes warth imo sar buoz:
holóda inan truhtin,
magaczogo warth her sin.
Gab her imo dugidi,
frónisc githisini,
OD*
Stual hier in Vrankón:
so brüchê her es lango! '
' Eenen Koning weet ik,
Lodewijk heet hy,
gaarne dient hy Gode;
ik weet dat Hy 't hem loont.
Kind nog, werd hij reeds vaderloos,
dat werd hem zeer moeilijk;
maar de Heer geleidde hem ,
eu werd zijn opvoeder.
Hy gaf hem edele mannen;
een statelijk gevolg;
een zetel hier in 't Frankenrijk:
zoo geniete hy het lang!